"Umsiedlung" in Rawa-Ruska, op 31-08-1942
 |
| Station Rawa Ruska #1 |
Om 12.10 uur zag ik een goederentrein het station binnenlopen. Op de daken en de treeplanken zag
ik bewakers met geweren. Van een afstand kon je zien dat de trein volgepropt zat met mensen. Ik
draaide om en liep de hele trein langs. De trein bestond uit 35 veewagons en een personenwagon. In
elke wagon bevonden zich tenminste 60 Joden (bij transporten van troepen of gevangenen werden in
de wagons meestal zo’n 40 personen getransporteerd, in dit geval waren de banken verwijderd
en kon men zien, dat de gevangenen op elkaar gepakt stonden).
De deuren stonden op een kier en de ramen waren voorzien van prikkeldraad. Onder de gevangenen
waren slechts een klein aantal mannen (en dan nog voornamelijk oude mannen) te ontdekken.
De anderen waren vrouwen en kinderen. De meeste kinderen verdrongen zich bij de deuropening
en bij de van prikkeldraad voorziene ramen. De jongste kinderen waren zeker niet ouder dan 2 jaar.
Zodra de trein tot stilstand kwam, probeerden de Joden flessen door de openingen te steken, om water
te krijgen. De trein was echter omsingeld door SS’ers, zodat niemand in de buurt kon komen.
Op dat moment liep ook een trein uit de richting van
Jaroslau
binnen, de reizigers dromden naar de uitgang, zonder zich om het transport te bekommeren. Een paar
Joden, die bezig waren een vrachtwagen van de Wehrmacht te laden zwaaiden met hun mutsen naar
de gevangenen. Ik sprak de dienstdoende politieagent aan. Op mijn vraag waar deze Joden vandaan
kwamen antwoordde hij:
"
Dat zijn waarschijnlijk de laatste uit Lemberg.
Dat gaat sedert 3 weken onafgebroken zo, in Jaroslau
hebben ze er slechts 8 achtergelaten, niemand weet waarom."
Ik vroeg: "
Hoe ver moeten zij nog?"
Hij zei: "
Naar Belzec."
"
En dan?"
"
Gif.
Ik vroeg: "
Gas?"
Hij haalde zijn schouders op. Hij antwoordde nog:
"
In het begin werden ze doodgeschoten, geloof ik."
Hier in het Duitse Huis sprak ik zojuist met twee soldaten van Front-Stalag 325. Ze vertelden me, dat
dit soort transporten de laatste tijd dagelijks langskwamen, meestal ‘s nachts. Gisteren zou het
zelfs een trein met 70 wagons zijn geweest.
In de trein van Rawa-Ruska naar Cholm, 17.30 uur:
 |
| Station Rawa Ruska #2 |
Toen we om 16.40 instapten, liep juist een lege transporttrein binnen. Ik ben er tweemaal langsgelopen
en heb 56 wagons geteld. Op de deur stonden, met krijt geschreven, nummers, 60, 70, een keer 90,
meerdere keren 40, dat zou wel het nummer van het aantal Joden zijn, die in de wagons geladen waren.
In mijn coupé sprak ik met de vrouw van een spoorwegagent, die bij haar man op bezoek
was. Zij vertelde, dat deze transporten dagelijks langskwamen, vaak ook met Duitse Joden. Gisteren
waren op de spoorweg 6 kinderlijken gevonden. De vrouw dacht, dat de Joden deze kinderen
zelf hadden gedood, maar waarschijnlijk zijn ze tijdens de reis gestorven.
De spoorwegagent, die als begeleider meereisde kwam in onze coupé. Hij bevestigde het
verhaal van de kinderlijken, die op de spoorweg waren gevonden. Ik vroeg:
"
Weten de Joden dan, wat er met hen gebeurd?"
De vrouw antwoordde:
"
Degene, die hier niet vandaan komen, zullen het wel niet weten, maar
hier in de buurt weet iedereen het wel. Daarom proberen ze ook te vluchten, als ze merken, dat ze
worden opgehaald. Zo werden b.v. onlangs in Cholm,
3 personen op de doorgaande weg in de stad doodgeschoten."
"
In de spoorwegadministratie staan deze transporten bekend als
'Umsiedlungstransporte'", merkte de spoorwegagent op. Hij vertelde nog, dat na de moord op
Heydrich, meerdere transporten met Tsjechen waren
langsgekomen. Het kamp in
Belzec zou direct langs de
spoorweg liggen, de vrouw beloofde me te waarschuwen als we er voorbij zouden rijden.
17.40 uur:
Kort oponthoud. Tegenover ons stopte weer een transport. Ik spreek met de politieagenten,
die voorin de trein meereizen. Ik vraag:
"
Weer op de terugreis, naar het ‘Reich‘?"
Het grinnikend antwoord:
"
Je weet zeker waar we nu vandaan komen? Nou ja, ons werk is nooit klaar."
Toen ging het transport weer verder, de wagons waren leeg en schoongemaakt, het waren er 35.
Naar alle waarschijnlijkheid was dit de trein, die ik om 13.00 uur op het station in Rawa-Ruska had gezien.
18.20 uur:
 |
| De treinremise |
Wij reden langs het kamp
Belzec. Maar voor we het kamp
bereikten, reden we door een hoog dennenbos. Toen het kamp in zicht kwam riep de vrouw "hier komt het!"
maar men zag niet meer dan een hoge muur van dennenbomen. Een sterke zoete reuk was duidelijk waar te nemen.
"
Die stinken wel", zei de vrouw.
"
Nonsens, dat is het gas", lachte de spoorwegagent.
Ondertussen - we waren ongeveer 200 meter verder gereden - was de zoete geur veranderd in
een scherpe brandlucht.
"
Dat is het crematorium", zei de spoorwegagent. Kort daarna
hield de muur van bomen op. Je zag een wachthuisje met een SS bewaker ervoor. Een dubbele
spoorbaan liep door tot in het kamp. Het ene spoor boog van het hoofdspoor af en het andere
spoor voerde, over een draaischijf van het kamp af, naar een rij met schuren, ongeveer 250 meter
verderop. Op de draaischijf stond juist een goederenwagon. Meerdere Joden waren bezig de
draaischijf te bedienen. SS-bewakers, het geweer onder de arm, stonden erbij. Een van de schuren
was open en men kon duidelijk zien, dat deze tot het plafond met kledingbundels was gevuld.
Bij het verder rijden, probeerde ik nog een blik op het kamp te werpen. De bomen waren te hoog.
De vrouw vertelde, dat men bij het voorbij rijden vaak rook zag opstijgen, dat kon ik echter op
dat moment niet waarnemen. Ik schat, dat het kamp ongeveer 800 bij 400 meter groot was.
Meer ooggetuigenverslagen
1. Een spoorwegagent van het rangeerplatform in
Reichshof
vertelde op 30-08-1942:
"
In Reichshof wordt op
01-09 een marmeren plaquette met gouden letters onthuld,
omdat de stad ‘judenfrei’ is. De transporten met Joden komen bijna dagelijks langs het rangeerplatform,
worden direct doorgestuurd en komen meestal op dezelfde avond, leeg en schoongemaakt weer terug. In
Jaroslau werden kort geleden 6.000 Joden op één
dag vermoord."
2. Een ingenieur vertelde op de avond van
30-08-1942 in het Duitse Huis in
Rawa-Ruska:
"
Bij werk aan de oefenplaats, die hier gebouwd wordt, waren naast Polen
en krijgsgevangenen, ook Joden, die later werden gedeporteerd, tewerkgesteld. De productiviteit van
deze bouwvakkers (waaronder ook vrouwen) was gemiddeld 30% van de arbeidsproductiviteit die
Duitse arbeiders zouden hebben gehaald. Zij kregen uiteraard van ons alleen brood, alle het andere
moesten zij zelf regelen. In Lemberg ben ik onlangs, toevallig,
getuige geweest van het verladen van een dergelijk transport. De wagons stonden aan een talud.
De manier waarop de SS’ers met stokken en rijzwepen de mensen over het talud, die wagons indreven,
is een aanblik, die ik mijn leven niet zal vergeten."
Tranen stonden de man bij het vertellen van het verhaal in de ogen. De man was ongeveer 26 jaar
en hij droeg een lidmaatschapsspeld van de partij. Een Sudeten Duitse bouwopzichter, die
aan dezelfde tafel zat, merkte op:
"
Onlangs zat in onze kantine een dronken SS-er, die als een klein kind
had zitten huilen. Hij vertelde dat hij dienst deed in Belzec
en als het zo nog 14 dagen door zou gaan, hij zelfmoord zou plegen, omdat hij er niet meer tegen kon."
3. Een politieagent vertelde in de raadszaal van
Cholm op
01-09-1942:
"
Agenten, die als transportbegeleider meerreizen mogen het kamp niet in.
Dat is voorbehouden aan de SS en de Oekraïnse Sonderdienst (een organisatie van
vrijwillige Oekraïnse politieagenten). Die verdienen er trouwens ook goed aan. Onlangs was
een Oekraïner bij ons, met een grote stapel bankbiljetten, evenals horloges, goud en nog
veel meer. Dat vinden zij tijdens het opruimen en inladen van de kleding.”
Op de vraag op welke manier de Joden worden vermoord, antwoordde hij:
"
Men vertelt hen, dat zij ontluist moeten worden en dat ze hun kleding
uit moeten trekken. Vervolgens worden ze een ruimte ingestuurd. Daar wordt samen met een
warme luchtstroom een beetje gas naar binnen gelaten. Dat is genoeg om ze te verdoven. De rest
van het gas volgt daarna. Direct daarna worden de lijken verbrand."
Op de vraag waarom deze actie wordt ondernomen, vertelde de agent:
"
De Joden waren tot voor kort overal werkzaam, bij de SS, het leger, etc.
Daar hebben ze natuurlijk veel geleerd, hetgeen ze aan de Russen doorvertellen. Daarom moeten ze
uit de weg geruimd worden. Daar komt nog bij, dat zij de schuld zijn van de zwarte handel en prijsopdrijving.
Als de Joden zijn opgeruimd, zullen weer normale prijzen doorgevoerd kunnen worden."
Bron:
Peter Longerich.
Die Ermordung der europäischen Juden, München 1989, S.212 f
© ARC 2002-2007 (Vertaling: Sion Soeters)