ARC Main Page Euthanasie

Koscian en euthanasie in Polen

Laatste update 14 augustus 2007





In Polen worden de euthanasie acties van de nazi´s "pseudo-euthanasie" genoemd.
Een van de eerste plaatsen waar de nazi euthanasie acties plaatsvonden, zelfs nog voor deze acties in Duitsland of Oostenrijk een aanvang hadden genomen, was Koscian (47 km van Poznan). Aan het begin van de oorlog was de reden van de `zuivering` van Poolse instellingen voor geestelijk gehandicapten, bijna zeker, het verkrijgen van ruimte voor de Duitse troepen.

Psychiatrische inrichting in Koscian
Psychiatrische inrichting
in Koscian
Het Bernardine klooster in Koscian werd tussen 1603 en 1611 gebouwd. Gebouwen van het klooster werden vanaf 1827, ten tijde van de Pruisische annexatie van Polen, als tehuis voor geestelijk gehandicapten gebruikt. De huisvesting van de patiënten was verschrikkelijk. Solitaire opsluiting in cellen met betonnen vloeren, levend in hun eigen uitwerpselen. Het nieuwe hoofd van het hospitaal, Dr. Oskar Bielawski, introduceerde in oktober 1929 betere condities en betere, moderne behandelingsmethoden.

Begin 1940* werd het hospitaal overgenomen door het SS Sonderkommando Lange en de Gau-Selbstverwaltung van Poznan. Het Pools medisch personeel* werd ontslagen en liet 612 Poolse patiënten in de kliniek achter.
Het hospitaal werd geleidt door, Dr. Johann Keste (psychiater), Dr. Fritz Lemberger (gynaecoloog), Hans Meding (medisch inspecteur) en Wilhelm Haydn (chef van de verplegers), moordenaars in witte doktersjassen.

Map van de inrichting
Map van de inrichting
Begin januari 1940, arriveerde een SS-Sonderkommando met een donker bruine fles, met een mengsel van morfine en scopolamine, dat gebruikt werd om de patiënten te kalmeren.
De eerste groep, naakte patiënten, kreeg waarschijnlijk op 15 januari 1940, een injectie en werden opeengepakt in de mobiele gaskamer (bestelbus of trailer), versierd met een advertentie voor het "Kaiser's Kaffee Geschäft". Het Kaiser's Kaffee Geschäft was niet bij deze actie betrokken. Het interieur van de bestelbussen (of trailers) was afgewerkt met metalen platen, de vloer was bedekt met een houten geraamte en een lamp aan het plafond zorgde voor licht in de gaskamer, zodat de voortgang van de vergassing door een kijkgat in de achterdeur te volgen was.
Als de chauffeur (een SS’er) de motor startte, werden de uitlaatgassen uitgestoten in de laadruimte van de bestelbus. De slachtoffers schreeuwden het uit, alvorens zij stierven. Vervolgens reed de bestelbus van Koscian naar het bos van Jarogniewice (een plek langs de weg Koscian - Poznan, ongeveer 15 - 20 km ten noorden van Koscian). Na een rit van 15 tot 20 minuten bereikte de bestelbus het bos en was iedereen in de gaskamer overleden.
In het bos van Jarogniewice openden gevangenen (waarschijnlijk Joden uit KZ Fort VII in Poznan) de deuren van de bestelbus en begroeven de lichamen in massagraven. Een week later (op 22 Januari 1940) werd een tweede groep patiënten op dezelfde wijze om het leven gebracht. Dezelfde gaskamer/bestelbus werd later, (in maart 1940 en juli/augustus 1941) bij het Kochanowka Hospitaal nabij Lodz gebruikt. Naast geestelijk gehandicapten werden die keer ook blinde kinderen uit Lodz omgebracht.

Gedenkplaats in Jarogniewice
Gedenkplaats
in Jarogniewice
Gedurende deze week werden 534 patiënten omgebracht, 237 mannen en 297 vrouwen. Dit was nog maar het begin van een veel omvangrijker actie in Koscian. Op 9 februari arriveerde een transport met 2.750 Joodse en niet Joodse patiënten uit instellingen voor geestelijk gehandicapten en bejaardencentra uit Duitsland in Koscian. Allen werden op dezelfde manier vermoord als de eerste slachtoffers. Waarschijnlijk is het laatste transport van het hospitaal van Koscian naar het Bos van Jarogniewice op 24 februari 1940 vertrokken. In totaal lieten 3.334 patiënten het leven gedurende de euthanasie actie in Koscian.

In juni 1940, arriveerden officieren van de Zentrale für Krankenverlegung (kantoor voor de overplaatsing van zieken), gevestigd in Kalisz. Zij verstuurden fictieve overlijdensaktes naar de familie van de slachtoffers, om achterdocht te voorkomen. Op een blanco formulier ("Oorzaak van overlijden…") werden verzonnen doodsoorzaken als hartfalen, beroerte etc. vermeld om de echte doodsoorzaak te verdoezelen. Op de kerkhoven van de psychiatrische inrichtingen werden nepgraven ingericht. De nabestaanden ontvingen zelfs rekeningen voor deze graven. Ook het hospitaal in Pruszkow bij Warsau werd gebruikt als plaats waar patiënten zogenaamd naar toe gebracht werden en waar zij dan stierven als gevolg van natuurlijke oorzaken.

Op 25 februari 1944, arriveerden 25 SS´ers van het SS-Sonderkommando Bothmann uit Poznan, in de omgeving van het dorp Jarogniewice. Onder hen waren Frank, Grimm, Haase, Klaus, Rollmann, Rubner (Rübner?), Schneider, Schwarz en Zimmermann1. Zij groeven de lijken op en cremeerde ze in de massagraven of vernietigden de lichamen met ongebluste kalk en water en verstrooiden de as, planten jonge loten om de misdaden te verbergen en de voormalige massagraven* te camoufleren.

Vergelijkbare euthanasie acties in Polen werden ook uitgevoerd in psychiatrische inrichtingen in: Warta, Owinska, Poznan Fort VII, Tworki in Pruszkow, Gostynin, Kobierzyn bij Krakow, Dziekanka in Gniezno, Otwock bij Warschau, Kocborowo in Starogard Gdanski, Kochanowka bij Lodz, Chelm bij Lublin, Choroszcz bij Bialystok, Lubliniec bij Czestochowa, Obrzyce (voormalig Duits Meseritz-Obrawalde) bij Miedzyrzecz en andere hospitalen.

De moorden werden niet altijd in het geheim uitgevoerd. In het Chelm Lubelski Hospitaal werden, onder ogen van de Poolse staf, patiënten (128 vrouwen, 304 mannen en 18 kinderen) eenvoudig voor de ingang van de afdeling met machinegeweren neergeschoten en in twee grote kuilen, op het terrein van het hospitaal, begraven. De SS had de gebouwen nodig als onderkomen. In januari 1940 werden 23 patiënten uit een privé inrichting in Iwonicz, dat onderdeel was van het klooster van St. Johannes, naar het bos van Warzyce nabij Jaslo gebracht en neergeschoten, om plaats te maken voor het SS bataljon "Galizien".
Tijdens de bezetting van Polen werden op zijn minst 13.000 Poolse patiënten op deze manier vermoord en een onbekend aantal overleed aan de gevolgen van ondervoeding.
Polen was ook de overlijdensplaats voor veel Duitse patiënten. Eén van de executieplaatsen was Piasnica bij Wejherowo, waar ongeveer 1.200 patiënten uit een nabij gelegen Duitse psychiatrische instelling om het leven werden gebracht. Zo verging het ook patiënten uit de hospitalen van Stralsund, Ueckermünde, Treptow en Lebork.

Prof. Stanislaw Batawia / Polen benoemde de onderstaande data betreffende de euthanasiemoorden in Polen (GKBZH No 3/1947):

Owinska psychiatrische instelling (bij Poznan): 15 september - 20 december 1939. Slachtoffers: 1.100
Swiecie psychiatrische instelling (bij Bydgoszcz): september - oktober 1939. Slachtoffers: 1.350
Kocborowo psychiatrische instelling: 29 november - 20 december 1939. Slachtoffers: 2.342
Gniezno psychiatrische instelling: december 1939, januari 1940, juni 1941. Slachtoffers: 1.201
Chelm psychiatrische instelling: 12 januari 1940. Slachtoffers: 440
Koscian psychiatrische instelling: januari - februari 1940. Slachtoffers: 3.334
Gostynin psychiatrische instelling (bij Warschau): 3 februari - 3 juli 1940, 9 juli. Slachtoffers: 107
Kochanowka psychiatrische instelling (bij Lodz): 13 - 15 maart 1940, 27 - 28 maart 1940, juni - augustus 1940. Slachtoffers: 629
Warta psychiatrische instelling (bij Sieradz): 2 - 4 april 1940. Slachtoffers: 499
Choroszcz psychiatrische instelling (bij Bialystok): 1941. Slachtoffers: 464
Kobierzyn psychiatrische instelling (bij Krakow): 23 juli 1942. Slachtoffers: 500
Otwock psychiatrische instelling (bij Warschau): augustus 1942. Slachtoffers: onbekend
Lubliniec psychiatrische instelling (bij Czestochowa): augustus 1942 - november 1944. Slachtoffers: 221 kinderen
Wilno psychiatrische instelling (Vilnius?: Slachtoffers: 900


1 1945 - 47 Research door KBZH in Warschau.

Een passende herdenkingsplek wordt gebouwd op de plaats van de psychiatrische inrichting in Koscian.

Foto´s: Privé archief van Jerzy Zielonka *.

Copyright © 2002-2007 ARC
Nederlandse Vertaling: Sion Soeters