In Polen worden de euthanasie acties van de nazi´s "pseudo-euthanasie" genoemd.
Een van de eerste plaatsen waar de nazi euthanasie acties plaatsvonden, zelfs nog voor deze acties
in Duitsland of Oostenrijk een aanvang hadden genomen, was
Koscian (47 km van
Poznan).
Aan het begin van de oorlog was de reden van de `zuivering` van Poolse instellingen voor geestelijk
gehandicapten, bijna zeker, het verkrijgen van ruimte voor de Duitse troepen.
 |
Psychiatrische inrichting in Koscian |
Het
Bernardine klooster in Koscian werd tussen
1603 en 1611 gebouwd. Gebouwen van het klooster werden vanaf
1827, ten tijde van de Pruisische annexatie van Polen, als tehuis voor
geestelijk gehandicapten gebruikt. De huisvesting van de patiënten was verschrikkelijk. Solitaire opsluiting in
cellen met betonnen vloeren, levend in hun eigen uitwerpselen. Het nieuwe hoofd van het hospitaal, Dr.
Oskar Bielawski, introduceerde in
oktober 1929 betere condities en betere, moderne behandelingsmethoden.
Begin 1940*
werd het hospitaal overgenomen door het
SS Sonderkommando Lange
en de
Gau-Selbstverwaltung van Poznan. Het Pools
medisch personeel*
werd ontslagen en liet 612 Poolse patiënten in de kliniek achter.
Het hospitaal werd geleidt door, Dr.
Johann Keste (psychiater), Dr.
Fritz Lemberger (gynaecoloog),
Hans Meding (medisch inspecteur) en
Wilhelm Haydn (chef van de verplegers), moordenaars in
witte doktersjassen.
 |
| Map van de inrichting |
Begin
januari 1940, arriveerde een
SS-Sonderkommando met een
donker bruine fles, met een mengsel van morfine en scopolamine, dat gebruikt werd om de patiënten te kalmeren.
De eerste groep, naakte patiënten, kreeg waarschijnlijk op
15 januari 1940,
een injectie en werden opeengepakt in de mobiele gaskamer (bestelbus of trailer), versierd met een advertentie
voor het "
Kaiser's Kaffee Geschäft". Het
Kaiser's Kaffee Geschäft
was niet bij deze actie betrokken. Het interieur van de bestelbussen (of trailers) was afgewerkt met metalen
platen, de vloer was bedekt met een houten geraamte en een lamp aan het plafond zorgde voor licht in de
gaskamer, zodat de voortgang van de vergassing door een kijkgat in de achterdeur te volgen was.
Als de chauffeur (een SS’er) de motor startte, werden de uitlaatgassen uitgestoten in de laadruimte van de
bestelbus. De slachtoffers schreeuwden het uit, alvorens zij stierven. Vervolgens reed de bestelbus van
Koscian naar het bos van Jarogniewice (een plek
langs de weg
Koscian - Poznan, ongeveer 15 - 20 km ten
noorden van
Koscian). Na een rit van 15 tot 20 minuten
bereikte de bestelbus het bos en was iedereen in de gaskamer overleden.
In
het bos van Jarogniewice openden gevangenen
(waarschijnlijk Joden uit KZ
Fort VII in Poznan) de deuren
van de bestelbus en begroeven de lichamen in massagraven. Een week later
(op
22 Januari 1940) werd een tweede groep patiënten op
dezelfde wijze om het leven gebracht. Dezelfde gaskamer/bestelbus werd later, (in
maart 1940 en juli/augustus 1941) bij het
Kochanowka Hospitaal nabij
Lodz gebruikt. Naast geestelijk gehandicapten werden
die keer ook blinde kinderen uit
Lodz omgebracht.
 |
Gedenkplaats in Jarogniewice |
Gedurende deze week werden 534 patiënten omgebracht, 237 mannen en 297 vrouwen. Dit was
nog maar het begin van een veel omvangrijker actie in
Koscian.
Op
9 februari arriveerde een transport met 2.750 Joodse en niet Joodse
patiënten uit instellingen voor geestelijk gehandicapten en bejaardencentra
uit Duitsland in
Koscian. Allen werden op dezelfde manier vermoord als
de eerste slachtoffers. Waarschijnlijk is het laatste transport van het
hospitaal
van Koscian naar het
Bos van Jarogniewice
op 24 februari 1940 vertrokken. In totaal lieten 3.334
patiënten het leven gedurende de euthanasie actie in
Koscian.
In
juni 1940, arriveerden officieren van de
Zentrale für
Krankenverlegung (kantoor voor de overplaatsing van zieken), gevestigd in
Kalisz. Zij verstuurden
fictieve overlijdensaktes naar de familie
van de slachtoffers, om achterdocht te voorkomen. Op een blanco formulier ("Oorzaak van overlijden…")
werden verzonnen doodsoorzaken als hartfalen, beroerte etc. vermeld om de echte doodsoorzaak te
verdoezelen. Op de kerkhoven van de psychiatrische inrichtingen werden nepgraven ingericht. De nabestaanden
ontvingen zelfs rekeningen voor deze graven. Ook het hospitaal in
Pruszkow bij
Warsau
werd gebruikt als plaats waar patiënten zogenaamd naar toe gebracht werden en waar zij dan stierven
als gevolg van natuurlijke oorzaken.
Op
25 februari 1944, arriveerden 25 SS´ers van het
SS-Sonderkommando
Bothmann uit
Poznan,
in de omgeving van het dorp
Jarogniewice. Onder hen waren
Frank, Grimm, Haase, Klaus, Rollmann, Rubner (Rübner?),
Schneider, Schwarz en Zimmermann1. Zij groeven de lijken op en cremeerde
ze in de massagraven of vernietigden de lichamen met ongebluste kalk en water en verstrooiden de as, planten
jonge loten om de misdaden te verbergen en de
voormalige massagraven*
te camoufleren.
Vergelijkbare euthanasie acties in Polen werden ook uitgevoerd in psychiatrische inrichtingen in:
Warta,
Owinska, Poznan Fort VII,
Tworki in
Pruszkow,
Gostynin,
Kobierzyn bij
Krakow,
Dziekanka in
Gniezno,
Otwock bij
Warschau,
Kocborowo in
Starogard Gdanski,
Kochanowka bij
Lodz,
Chelm bij
Lublin,
Choroszcz bij
Bialystok,
Lubliniec bij
Czestochowa,
Obrzyce (voormalig Duits
Meseritz-Obrawalde) bij
Miedzyrzecz
en andere hospitalen.
De moorden werden niet altijd in het geheim uitgevoerd. In het
Chelm Lubelski
Hospitaal werden, onder ogen van de Poolse staf, patiënten (128 vrouwen, 304 mannen
en 18 kinderen) eenvoudig voor de ingang van de afdeling met machinegeweren neergeschoten en in twee grote
kuilen, op het terrein van het hospitaal, begraven. De SS had de gebouwen nodig als onderkomen. In
januari 1940 werden 23 patiënten uit een privé inrichting in
Iwonicz, dat onderdeel was van het
klooster van St. Johannes, naar het
bos van Warzyce nabij
Jaslo
gebracht en neergeschoten, om plaats te maken voor het SS bataljon "Galizien".
Tijdens de bezetting van Polen werden op zijn minst 13.000 Poolse patiënten op deze manier vermoord
en een onbekend aantal overleed aan de gevolgen van ondervoeding.
Polen was ook de overlijdensplaats voor veel Duitse patiënten. Eén van de executieplaatsen
was
Piasnica bij Wejherowo, waar ongeveer 1.200
patiënten uit een nabij gelegen Duitse psychiatrische instelling om het leven werden gebracht.
Zo verging het ook patiënten uit de hospitalen van
Stralsund, Ueckermünde, Treptow en
Lebork.
Prof. Stanislaw Batawia / Polen
benoemde de onderstaande data betreffende de euthanasiemoorden in Polen (GKBZH No 3/1947):
Owinska psychiatrische instelling (bij
Poznan): 15 september - 20 december 1939.
Slachtoffers: 1.100
Swiecie psychiatrische instelling (bij Bydgoszcz):
september - oktober 1939. Slachtoffers: 1.350
Kocborowo psychiatrische instelling: 29 november -
20 december 1939. Slachtoffers: 2.342
Gniezno psychiatrische instelling: december 1939, januari
1940, juni 1941. Slachtoffers: 1.201
Chelm psychiatrische instelling: 12 januari
1940. Slachtoffers: 440
Koscian psychiatrische instelling: januari -
februari 1940. Slachtoffers: 3.334
Gostynin psychiatrische instelling (bij
Warschau): 3 februari - 3 juli 1940, 9
juli. Slachtoffers: 107
Kochanowka psychiatrische instelling
(bij Lodz): 13 - 15 maart 1940, 27 - 28 maart
1940, juni - augustus 1940. Slachtoffers: 629
Warta psychiatrische instelling
(bij Sieradz): 2 - 4 april 1940. Slachtoffers: 499
Choroszcz psychiatrische instelling (bij Bialystok):
1941. Slachtoffers: 464
Kobierzyn psychiatrische instelling (bij Krakow):
23 juli 1942. Slachtoffers: 500
Otwock psychiatrische instelling (bij Warschau):
augustus 1942. Slachtoffers: onbekend
Lubliniec psychiatrische instelling (bij Czestochowa): augustus
1942 - november 1944. Slachtoffers: 221 kinderen
Wilno psychiatrische instelling (Vilnius?: Slachtoffers: 900
1 1945 - 47 Research door KBZH in Warschau.
Een passende
herdenkingsplek wordt gebouwd op de plaats van de psychiatrische inrichting
in Koscian.
Foto´s: Privé archief van Jerzy Zielonka *.
Copyright © 2002-2007 ARC
Nederlandse Vertaling: Sion Soeters